Uur van de waarheid voor goudmijn in Guatemala
25 augustus 2010. De sluiting van de controversiële Marlin mijn, in het departement San Marcos in de westelijke hooglanden van Guatemala, is nog geen feit. Wel neemt de druk op de Guatemalteekse regering om de goudmijn preventief stil te leggen, van alle kanten toe. Op 23 juni verkondigde president Álvaro Colom de mijn, eigendom van de Canadese multinational Goldcorp, te gaan sluiten. Vooralsnog gaan alle werkzaamheden gewoon door en is er nog geen duidelijkheid of, hoe en wanneer tot sluiting van de mijn wordt overgegaan.
Met de belofte de Marlin mijn stil te leggen, gaf president Álvaro Colom gehoor aan een uitspraak van de Inter-Amerikaanse Commissie van Mensenrechten (IACHR). Deze commissie oordeelde op 21 mei dat de Guatemalteekse overheid preventieve maatregelen diende te nemen om de gezondheid van de bewoners van het gebied rond de mijn te garanderen. Het oordeel betrof een sluiting ‘voor de veiligheid’, totdat er helderheid zou zijn over de risico’s voor de gezondheid, het milieu en de schending van mensenrechten.
Een dag na de belofte van de president liet de regering weten, dat het proces om tot voorlopige sluiting van de mijn te komen, wel meer dan drie maanden zou kunnen duren. De juridische implicaties waren nog onbekend en de hele procedure moest eerst nog worden uitgedacht. De regering was zich daarbij nog steeds van geen kwaad bewust en stelde dat onderzoeken van de eigen ministeries alle beschuldigingen weerlegden.
Het negeren van de gevolgen voor milieu en gezondheid van de inwoners van de 18 comunidades van San Miguel Ixtahuacán en Sipacapa, is niet de enige aanklacht waar de overheid zich mee geconfronteerd ziet. De Marlin mijnonderneming wordt al jaren op verschillende terreinen door lokale en internationale organisaties aangevochten. Bij een interview in Guatemala Stad schetst Anabella Sibrián van het Plataforma Holandesa Contra La Impunidad de onderwerpen die een hoofdrol spelen: milieuverontreiniging, illegale verkoop van gemeenschapsgrond, hoogoplopende sociale conflicten en het recht van inheemse volkeren op consultatie over de exploitatie van hun land.
Milieu impactDe partijen aan beide zijden van het conflict – de overheid en Goldcorp versus de bewoners die zich tegen de mijn verzetten samen met lokale en internationale ngo’s – hebben studies laten verrichten naar de effecten van de mijnexploitatie op de omgeving. Belangrijke studies, onder andere van Physicians for Human Rights, hebben verhoogde concentraties van mogelijk giftige zware metalen aangetoond in het bloed van inwoners en in het water. Tot nu toe heeft geen van de studies echter ‘wettelijk onomstotelijk’ bewijs kunnen leveren. Ook COPAE (Comisión Pastoral Paz y Ecología) opgericht door het bisdom van San Marcos om het verzet tegen de mijnbouw te bundelen, heeft belangrijk onderzoek gepubliceerd dat onder meer aantoont dat de waterkwaliteit is verslechterd sinds de start van de mijnexploitatie. Hoewel de waardes nog op een ‘wettelijk acceptabel’ niveau liggen, is de lange termijn dreiging evident. De roep is nu om een onafhankelijk, internationaal onderzoeksteam van specialisten, dat de doorslag kan geven. Dergelijk onderzoek kan echter jaren duren.
Illegale verkoop grond Recent is een nieuw wapenfeit in het verzet tegen de mijn op tafel gekomen. Een deel van de grond waarop de mijn zich bevindt, blijkt onrechtmatig te zijn verkocht. Na een grote protestmars op 28 juli in Guatemala Stad heeft een groep inwoners van San Miguel Ixtahuacán, samen met Rigoberta Menchú en de bisschop van San Marcos Álvaro Ramazinni, een aanklacht ingediend tegen de voorzitter van het Hoge Gerechtshof, Erick Álvarez. Hij bleek als advocaat betrokken te zijn geweest bij de aankoop van een stuk land voor de mijn, dat als privégrond was aangemerkt. Deze grond blijkt echter deel te zijn van gemeenschappelijke grond, wettelijk eigendom van alle inwoners van San Miguel.
SplijtzwamIn San Miguel Ixtahuacán leidt de goudmijn tot grote, verscheurende conflicten in de gemeenschap, tussen buren, familieleden en zelfs binnen gezinnen. Een deel van de inwoners, onder meer het gemeentebestuur, staat nog steeds pal achter de goudwinning. 85 procent van de mijnactiviteiten vindt plaats in San Miguel. Volgens het staatscontract met Goldcorp ontvangt de Guatemalteekse overheid 1 procent van de winsten en gaat de helft daarvan naar de gemeenten waar de mijnactiviteit plaatsvindt. Voor San Miguel betekent dit een ongekende inkomstenbron en ‘het goud lonkt’. De mijn verschaft daarbij werk aan een kleine duizend man (op 20.000 inwoners in het gebied).
Vijandelijkheden richting de inwoners die zich tegen de mijn verzetten, nemen steeds angstwekkendere vormen aan. Op 7 juli werd een inwoonster, Diodora Hernández, beschoten en in haar oog getroffen. Naast het IACHR, roepen ook de VN Rapporteur voor de mensenrechten en Amnesty International de staat ter verantwoording om de milieu- en mensenrechtenactivisten in het gebied te beschermen. In Sipacapa, waar 15 procent van de mijnactiviteit plaatsvindt, heeft de overgrote meerderheid van de bevolking zich van meet af aan tegen de mijn uitgesproken en is er veel meer consensus in de strijd tegen de mijn.
Convenio 169Een van de belangrijkste aanklachten tegen de Guatemalteekse staat, en uiteindelijk wellicht de doorslaggevende, betreft dat zij zich niet heeft gehouden aan internationale richtlijnen om met belangen van de lokale bevolking rekening te houden. Convenio 169 (de ILO 169 resolutie, geratificeerd door Guatemala) bepaalt namelijk dat in gebied waar inheemse volkeren wonen, voor elke nieuwe grote onderneming waarbij natuurlijke hulpbronnen worden geëxploiteerd, ‘free and prior informed consent’ moet worden verkregen van de bevolking.
In het centrum van al deze onderwerpen bevindt zich een uitermate zwakke overheid, die – tot nog toe – het welzijn van haar burgers niet wil of weet te garanderen en vooral vreest voor het wegtrekken of wegblijven van buitenlandse investeerders. De vraag is, zoals Anabella Sibrián verwoordde, of de staat een punt wil zetten achter het tijdperk waarin de inheemse bevolking als derderangs burgers opzij wordt geschoven.
GOLDCORPNa eerst alle beschuldigingen te hebben weerlegd en de beslissing van de Guatemalteekse regering verworpen, verklaart Goldcorp eind juni dat de mijnonderneming ‘op punten’ voor verbetering vatbaar is. De onderneming zal wereldwijd een mensenrechtenprogramma in haar beleid integreren en de handelswijze omtrent de Marlin mijn op dit gebied (deels) herzien. Zij kwam tot deze conclusie na een onafhankelijk onderzoek van een adviesbureau. Eind juli rapporteert Goldcorp recordwinsten over het eerste kwartaal van 2010, mede dankzij de Marlin mijn (waaruit naast goud ook zilver wordt gewonnen). In 2009 bedroeg de winst uit de Marlin mijn ca. 260 miljoen euro. Daarvan ging 1 procent, ca. 2,6 miljoen euro, naar de Guatemalteekse staat. De operatie van de Marlin mijn is in handen van Montana Explorada, 100% dochter van Goldcorp. Bij de goudwinning wordt gebruik gemaakt van het uiterst giftige cyanide. Goldcorp houdt vast aan haar mening dat de Marlin mijn een positieve bijdrage levert aan de sociale en economische ontwikkeling van de regio. Alle mijnwerkzaamheden gaan gewoon door en het bedrijf wacht af wat de regering gaat ondernemen. Het is reden voor de uitspraak van Kardinaal Quezada Toruño (zondagsmis op 25 juli in Guatemala Stad), dat ‘het is of Goldcorp ergens op een wolk verblijft en niet hier in het land’.
Op 5 augustus heeft de procureur-generaal van Guatemala, die de overheid adviseert in juridische en burgerzaken, eveneens de regering aanbevolen om de Marlin preventief te sluiten, in afwachting van verder onderzoek. Het is een stap in het juridische steekspel dat mogelijk plaats zal gaan vinden tussen de staat Guatemala en de onderneming Goldcorp.
Met dank aan Anabella Sibrián, de lokale representant voor het Nederlandse Guatemala Platform (Plataforma Holandesa contra la Impunidad), een samenwerkingsverband van Impunity Watch, Solidaridad, Novib, ICCO, Cordaid en Hivos, voor lobby ter ondersteuning van mensenrechtenorganisaties die strijden tegen de institutionele cultuur van straffeloosheid in Guatemala.Met dank aan Mario Coolen, Guatemala adviseur Solidaridad.
Artikel door Alice Ferguson. Eerder verscheen dit artikel in een bewerkte versie in LA Chispa, Latijns Amerika Magazine (nr. 353, september 2010).
Voor het laatste nieuws over de Marlin mijn: website COPAE.